Gedeputeerde Weber aan het woord

7 en 14 september 2016 behandeling en goedkeuring van het PIP. Wat waren de conclusies. Gedeputeerde Weber  aan het woord:

Iedereen blij met het klimaatakkoord van Parijs maar vele ongelukkig met de consequenties die dat heeft. Het is niet helder of gedeputeerde Weber hiermee doelt op het Nederlandse Energie akkoord uit 2013 waarin is afgesproken om in 2020, 6000 MW aan windparken op land te realiseren. Daar worden namelijk heel veel mensen ongelukkig van. In het klimaatakkoord van Parijs komt het woord windpark, windmolen of windturbine niet één keer voor! De inzet op alleen wind energie is veel te éénzijdig en de plannen tot realisatie van 6000 MW op land zijn ook te éénzijdig tot stand gekomen, zonder dat daar de burgers bij betrokken zijn geweest. De overheid heeft bewust gekozen voor een top down methodiek en daarbij voorwaarde gecreëerd, zoals invoering van ODE om subsidiëring van windparken mogelijk te maken waarbij de rekening bij de burger wordt gelegd en buiten de rijksbegroting blijft. Het vaststellen van een geluidsnorm voor windenergie en het invoeren van de crisis en herstelwet,  die het bijna onmogelijk maken voor omwonenden zich op een fatsoenlijke manier succesvol te kunnen verzetten tegen deze plannen, die de leefomgeving onherstelbare schade toebrengen.

De tijdspanne is niet behulpzaam geweest in het creëren van draagvlak.  De initiatiefnemer Klein Piershil BV is sinds 1998 bezig met zijn plannen om op zijn akkers een windpark te realiseren.  In die 19 jaar heeft deze ondernemer op geen enkele aantoonbare wijze zich ingezet tot het vergrote van het draagvlak middels buurtbijeenkomsten. Op papier zijn er mooie praatjes over het realiseren van een coöperatie (zie werkboek Hoeksche Waardenmakerij 2014, pagina 52), echter daar is nooit een voorstel over gedaan aan de omwonenden.

Keuzes in het algemeen belang zullen altijd strijdig blijven met het particulier belang. De gedeputeerde stelt dat zij handelt in het algemeen belang. Uiteraard is dit voer voor juristen, maar in de context hoe het energieakkoord tot stand is gekomen en het mogelijke effect van CO2 reductie ten opzichte van de astronomische investeringen die noodzakelijk zijn voor de koers van de huidige energie transitie, is het zeer discutabel of het algemeen belang hier mee gediend is.

Draagvlak is een moeilijk en ingewikkeld begrip. Als je 19 jaar lang niks aan het verkrijgen van draagvlak doet, werkt het geforceerd doorzetten van dit windpark contraproductief. De omgeving komt in verzet en is niet meer voor rede vatbaar. Zij ziet namelijk de ontwikkeling van een windpark, waarbij haar leefomgeving ernstig wordt aangetast, zij blootgesteld wordt aan geluidsoverlast en slagschaduw met mogelijke gezondheidsklachten, flikkerende contourverlichting,  woningen die in waarden zullen dalen. Zonder dat daarvoor vooraf enige vorm van compensatie wordt gegeven, nog enig voordeel zal zijn als het park met de nodige overlast eenmaal draait. Draagvlak is geen moeilijk begrip, het wordt pas moeilijk toepasbaar als er geen draagvlak is.

Klein Piershil BV is bereid geweest om van een 6 boog naar een 5 recht te gaan. De gedeputeerde vertaald het hier in positieve zin voor het besluit wat Klein Piershil BV heeft genomen. De omwonenden moeten blij zijn dat deze ondernemer heeft besloten geen 6 windturbines te plaatsen, maar slechts 5. Het werkelijke verhaal is dat de provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit Zuid-Holland, Abe Veenstra heeft gesteld dat “De visualisaties laten zien dat hier voorgestelde boogopstelling van 6 turbines te kort is om te overtuigen als boog en daarmee juist leidt tot een onduidelijker en onrustiger beeld dan de rechte lijn. Met betrekking tot de voorliggende varianten adviseer ik dan ook de voorkeur te geven aan de opstelling in een rechte lijn.” Met zo´n advies weet Klein Piershil BV, dus dat ze ook geen vergunning krijgt voor 6 windturbines. Dat er een verzoek vanuit de CPG ligt om het aantal terug te brengen naar 4 windturbines, wordt gemakshalve maar totaal genegeerd.

Het PP is boven de NWEA norm.  Gesteld kan worden dat de vergoeding zoals opgenomen in het PP, het gemiddelde is van de bedragen volgens de NWEA gedragscode. Hierbij dient echter wel aangetekend te worden dat de NWEA gedragscode dit bedrag expliciet voor het gebiedsfonds vermeld. Wel wordt er gewag gemaakt van het feit dat het niet wenselijk is dat er kosten “gestapeld” worden. E.e.a. leidt tot de conclusie dat het calamiteitenfonds en het inrichtingsbudget “betaald” worden vanuit het gebiedsfonds. Voor het calamiteitenfonds is al afgesproken dat dit terug zal vloeien naar het gebiedsfonds. Voor het inrichtingsbudget ligt dit echter wat gevoeliger. Dit gaat direct ten kosten van de hoeveelheid geld dat voor de omwonenden beschikbaar is. Het is daarom vreemd dat dit budget niet beschikbaar is voor de bewoners van het gebied om hierover zelf te beslissen hoe dit gaat worden ingezet. Ook rijst de vraag of herinrichting wel vrijblijvend is en of het hier niet gedeeltelijk ingezet wordt als verplichte natuurcompensatie. Als dit het geval is, wordt dit ten onrechte onttrokken aan het gebiedsfonds.

ik ben bereid geweest m´n eigen tegenstand te organiseren. Gedeputeerde wist niet eens voor wie hij die “tegenstand” inhuurde. Hij kwam niet verder dan de contactgroep, waarna hij foutief werd gecorrigeerd, dat dit de klankbordgroep zou zijn geweest. De klankbordgroep is op 8 december 2016 opgeheven. De CPG was onderdeel van de klankbordgroep. De CPG heeft op 18 november 2016 het overleg met de klankbordgroep uit protest vroegtijdig verlaten. De CPG vond dat de informatie die werd gegeven te beperkt en te gekleurd was. Zij was van mening dat het niet meer mogelijk was om zonder extra deskundigheid op een gelijkwaardig niveau de discussie te voeren met Klein Piershil BV en de provincie. Er liepen toen subsidieaanvragen bij de gemeente Korendijk en Nissewaard voor inhuur van expertise, maar was nog niet afgehandeld. De CPG was opgericht op 5 oktober 2015.   De provincie had echter al kunnen weten dat er behoefte was aan expertise. Dit was namelijk al genoemd in het keukentafelgesprek goep B (Oudendijk/Molendijk) op 16 juni 2015. Dat de gedeputeerde de NLVOW als ingehuurde tegenstand classificeert is opmerkelijk, daar dit nog de enige schakel zou kunnen zijn, naar het mogelijk tot stand komen van een PP. Zonder CPG had de provincie namelijk niemand meer om mee aan tafel te gaan. Dat was de reden voor de provincie, om binnen 1 dag (namelijk op 19 november 2016), de CPG de toezegging te doen, dat zij voorziet in de inhuur van de NLVOW.

Hoe de participatie regeling in elkaar zit? Dat staat beschreven in de NWEA gedragscode, waar de exploitant een eigen draai, in eigen voordeel, aan heeft gegeven. Niet in het belang van omwonenden en zeker niet ter bevordering van draagvlak.

Daar is in de klankbordgroep herhaaldelijk over gesproken? Een gesprek is een dialoog tussen partijen. Er is geen dialoog gevoerd over het participatie plan. Het participatie plan is eenzijdig tot stand gekomen met onvoldoende resultaat voor omwonenden door onvoldoende steun van de provincie.

Moest de initiatiefnemer het PP indienen voor de anterieure overeenkomst.. De klankbordgroep is op 8 december 2015 opgeheven. Op dat moment was er nog geen PP aan de klankbordgroep gepresenteerd. Tussen 8 december een 22 februari is er geen PP voorgelegd in het stappenplan zoals op 8 december overeengekomen met de klankbordgroep. Pas op 26 februari 2016 is er een e-mail gestuurd aan de (opgeheven) klankbordgroep dat het PP op 22 februari 2016 aan de provincie is gestuurd om te laten opnemen in de anterieure overeenkomst.

Hoop op actieve rol in PP van de gemeente Korendijk. Als provincie geeft je het lokaal bestuur een brevet van onvermogen en dan hoop je dat ze weer aan tafel komen om invloed te hebben op het PP proces. Deze hoop is surrealistisch. Sterker nog het werkt contraproductief. De gemeente werkt niet mee en is naar de Raad van State gestapt.  Zij zal de verantwoordelijkheid van de uitwerking van het PP volledig bij de provincie, als bevoegd  gezag, leggen. Ook als dat ten koste gaat van de belangen van haar inwoners, t.o.v. de totstandkoming en uitvoering van een PP.  Bij deze rol van de gemeente Korendijk moet meegewogen worden, dat Klein Piershil BV, heel stellig heeft geuit dat zij niks met Korendijk te maken heeft en haar ook niet als gesprekspartner ziet. Deze contradictie is uiteraard zeer merkwaardig. Aan de ene kant roept de provincie de gemeente Korendijk op om mee te praten over het participatie plan en aan de andere kant roept Klein Piershil, ik heb niks met jullie te maken…..